Logo-Vacalis-middel




TRAINING EN BELEIDSADVISERING


De voorzieningenrechter in Groningen heeft vandaag uitspraak gedaan in een zaak van een echtpaar uit Dantumadiel dat te horen had gekregen dat zij vanaf 1 januari 2015 geen recht meer hebben op huishoudelijke hulp op grond van de Wmo. Deze uitspraak werd in het gehele land afgewacht, omdat veel gemeenten soortgelijke plannen hebben. Vandaag was het dan zo ver. Tijd om de uitspraak eens nader te bekijken.

De zaak
Belanghebbenden in deze zaak zijn een man van 88 jaar en zijn vrouw van 89 jaar. Op 4 oktober 2012 wordt aan hen huishoudelijke hulp op grond van de Wmo toegekend tot en met 1 oktober 2017. Voor de kenners: er is hh1 geïndiceerd voor 7 uur per week. Een forse indicatie dus. Op 14 juli 2014 ontvangt het echtpaar een brief van de gemeente dat de Wmo 2015 eraan zit te komen en dat dit mogelijk gevolgen gaat hebben voor de toegekende voorziening. Op 30 september 2014 valt dan het besluit van de gemeente op de deurmat (het bestreden besluit): de toegekende hulp bij het huishouden eindigt op 1 januari 2015. Reden: huishoudelijke hulp wordt door de gemeente als een algemeen gebruikelijke voorziening beschouwd die belanghebbenden voortaan zelf moeten financieren. Binnen de gemeente Dantumadiel kan dat door middel van een algemene voorziening. Belanghebbenden tekenen bezwaar aan en verzoeken tegelijkertijd de voorzieningenrechter in Groningen om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter
De voorzieningenrechter gaat bijzonder zorgvuldig te werk bij het fileren van de besluitvorming van de gemeente. In de eerste plaats komt de vraag aan bod welke Wmo dient als grondslag voor het bestreden besluit. Daarna wordt de vraag beantwoord welk toetsingskader van toepassing is. In de derde plaats wordt ingegaan op het argument van het algemeen gebruikelijk zijn van de hulp bij het huishouden.

Welke Wmo
De rechter benoemt dit in de uitspraak maar het is geen onderwerp van geschil: alle partijen zijn het erover eens dat het besluit is genomen op grond van de (huidige) Wmo 2007. Lijkt logisch, omdat de Wmo 2015 pas als grondslag kan dienen voor besluiten per 1 januari 2015. Toch zijn er geregeld gemeenten die mij vragen of zij alvast besluiten mogen nemen op grond van de Wmo 2015 ter uitvoering van de implementatie van deze wet. Neen, is dus het eenvoudige antwoord. De voorzieningenrechter is het daarmee eens.

Welk toetsingskader?
Nu vaststaat dat de Wmo 2007 van toepassing is, is het antwoord op het toepasselijke toetsingskader eigenlijk ook al gegeven: de compensatieplicht van artikel 4 is van toepassing. Dat betekent dat een individueel onderzoek nodig is naar de concrete omstandigheden van de bewuste cliënt. De voorzieningenrechter concludeert dan ook dat een gemeente best mag tornen aan verworven rechten, maar dat dan sprake moet zijn van gewijzigde omstandigheden bij de cliënt. “Een categoriale stopzetting, die dus alle burgers in een bepaalde gemeente treft, in verband met gewijzigd beleid en zonder na deugdelijk onderzoek rekening te houden met die omstandigheden, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet mogelijk.”  Daarmee was het lot van het besluit van de gemeente al bezegeld. De situatie van het echtpaar was namelijk niet veranderd, in ieder geval niet verbeterd, en de gemeente had er ook geen nader onderzoek naar gedaan.

Algemeen gebruikelijk?
De voorzieningenrechter had bij de vorige overweging de voorliggende voorziening al kunnen treffen. Echter, er wordt ook nog ingegaan op de stelling van de gemeente dat de huishoudelijke hulp algemeen gebruikelijk is.  De voorzieningenrechter begint met de constatering dat het opmerkelijk is dat de gemeente dit oordeel dan nooit eerder geponeerd heeft. De voorzieningenrechter laat vervolgens in het midden of huishoudelijke hulp an sich een algemeen gebruikelijke voorziening is, maar geeft aan dat de gemeente had moeten onderzoeken of de voorziening voor deze belanghebbenden algemeen gebruikelijk is. De gemeente had daar nooit zonder onderzoek in zijn algemeenheid vanuit mogen gaan. Daarna laat de voorzieningenrechter doorschemeren dat hij verwacht dat het oordeel zal moeten zijn dat de voorziening voor deze belanghebbenden niet algemeen gebruikelijk is.

Uitspraak
De voorzieningenrechter schorst het bestreden besluit en treft de voorlopige voorziening dat het echtpaar vooralsnog met toepassing van het overgangsrecht de huishoudelijke hulp per 1 januari 2015 ongewijzigd behoudt.

Verrassend?
Ofschoon heel Nederland op deze uitspraak zat te wachten, is hij niet verrassend. De Rechtbank Zeeland-West-Brabant had al een voorschot genomen in de uitspraak van 3 april 2014. Ook hier hanteerde de rechtbank als toetsingskader de huidige compensatieplicht. En ook hier oordeelde de rechtbank dat er op grond van die compensatieplicht een individueel onderzoek plaats moet vinden. Categoriale overheveling van cliënten naar een algemene voorziening houdt geen stand, wisten we uit deze uitspraak al.

Dat de gemeente niet in zijn algemeenheid mag stellen dat een voorziening, zoals huishoudelijke hulp, algemeen gebruikelijk is zal overigens geen enkele jurist een verrassend oordeel hebben gevonden. De Centrale Raad van Beroep oordeelde al op die manier op 17 november 2009.

Wat betekent dit voor gemeenten?
Rechtbanken hebben nu al op verschillende momenten gemeenten in hun creativiteit op de vingers getikt. De Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelde in de eerder aangehaalde uitspraak van 3 april 2014 dat categoriaal beëindigen van de verstrekking van scootmobiels en doorverwijzing naar de scootmobielpool de vereiste zorgvuldigheid mist. De Rechtbank Gelderland gaf op 22 juli 2014 al aan dat gemeenten niet rücksichtslos hun indicatieprotocol naar beneden mogen bijstellen (de zogeheten kaasschaafmethode). De Rechtbank Rotterdam uitte op 7 oktober 2014 grote bezwaren bij het resultaatgericht indiceren (zie ook de tweede uitspraak van deze datum). Rechters houden gemeenten bij de juridische les als het gaat om hun ‘voorbereidingen op 2015’. Dat is hun taak en dus een goede zaak.

Maar gemeenten zitten in een spagaat: de teruglopende budgetten dwingen gemeenten tot rigoureuze maatregelen. Nu zij zich in sneltreinvaart hebben voorbereid op de Wmo 2015, hebben zij geen tijd om de situatie van alle cliënten opnieuw te bekijken. Dus wat gebeurt er? Maatregelen voor grote groepen klanten tegelijk en waar iemand zich meldt, wordt de zaak op individueel niveau bekeken. Het is dus maar zeer de vraag of deze uitspraak bij gemeenten veel indruk maakt. In de eerste plaats zullen gemeenten (noodgedwongen) doorgaan met het nemen van creatieve en forse maatregelen en in de tweede plaats geldt in 2015 een nieuw toetsingskader. Veel gemeenten zullen met name op dat laatste punt over 2015 denken: nieuwe ronde, nieuwe kansen. Daarbij wil ik gemeenten wel afremmen in hun verwachtingen. Er is namelijk in 2015 ook nog zoiets als de Algemene wet bestuursrecht. En in dat licht zegt de Rechtbank Zeeland-West-Brabant nog iets interessants in de uitspraak van 3 april 2014: het stopzetten van huidige verstrekkingen en overheveling naar een algemene voorziening, komt namelijk feitelijk neer op het beëindigen van een lopend recht. En dat betekent, zo benadrukt de rechtbank, dat de onderzoeksplicht met alle zorgvuldigheidseisen, bij de gemeenten ligt.